Garrelsweer is een klein dorp in de gemeente Loppersum in de provincie Groningen (Nederland), en ligt aan het Damsterdiep en Stadsweg kronkelt door het dorp.

De naam is ontleend aan de personennaam Gerlev, verbonden met het woord weer of wird, wat zowel een dijk als op een wierde kan betekenen. Oorspronkelijk lag Garrelsweer bij de rivier de Fivel. Nadat deze dichtslibde, werd de Delf, het latere Damsterdiep gegraven. Het dorp lag op een strategische plaats aan dit kanaal, dat vermoedelijk in verbinding stond met een tweede kanaal bij Winsum. Eb en vloed hadden aanvankelijk vrij spel in de Delf, tot rond 1300 de sluizen bij Delfzijl werden aangelegd.

Het dorp werd voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1057. In die oorkonde schenkt de Duitse keizer het recht, om in Gerleviswert een markt te houden aan de aartsbisschop van Hamburg. Dat duidt er op dat Garrelsweer op dat moment de belangrijkste plaats in Fivelingo was. De aartsbisschop liet zijn rechten waarnemen door graaf van Brunswijk, die op zijn beurt plaatselijke hoofdelingen als zaakwaarnemers inzette. Later verloor Garrelsweer die positie aan Appingedam. In het Oostzeegebied is een handvol munten uit Garrelsweer gevonden, die het opschrift GEROIEVVRE, GEREVVIORE of GEREVVERE hebben. Waarschijnlijk is dit een verbastering van *Gerolev-were. Daarnaast werden enkele munten met het opschrift MERE CIVITAS gevonden, waarbij mogelijk de nabijgelegen wierde van Merum werd bedoeld.

De oudste dorpskern lag op de ruim 3 ha grote wierde van Nijenhuis. Hier zal ooit de eerste dorpheer hebben gewoond. Het dorp werd later later verplaatst naar de dijk langs het Damsterdiep, waar in de 11e of 12e eeuw een kerk werd gebouwd. Het grondgebied van Garrelsweer snijdt als het ware een hoek het vroegere kerspel Loppersum, waaruit valt af te leiden dat het oorspronkelijk tot dit kerspel behoorde. De middeleeuwse kerk is in 1912 verplaatst, waarna het oude gebouw werd afgebroken. De vrijstaande toren werd al eerder gesloopt. Aangezien de verkavelingslijnen bij Ten Boer ten dele op de oude kerk zijn gericht, is het goed mogelijk dat het bakstenen gebouw uit de 13e of 14e eeuw al een voorganger heeft gehad.

De ontwikkeling van Garrelsweer is nauw verweven met die van het klooster Bloemhof te Wittewierum, dat op de naijgelegen wierde een voorwerk of kloosterboerderij Nijenhuis had. Het grootste deel van het dorpsgebied was kloostereigendom. In het nabijgelegen Vismaar werd tevens een zijl ofwel sluis gelegd, die in 1262 in de kloosterkroniek wordt genoemd. Daarnaast werd het Damsterdiep afgesloten bij Muda, waar de belangrijkste sluis van het Scharmer en Slochter zijlvest kwamen te liggen. Een van beide is volgens de kloosterkroniek in 1192 aangelegd. Het zijldistrict van Garrelsweer werd ook de Nijenhuister of Scherlinser zijl-eed genoemd, het laatste mogelijk naar een hoofdelingenfamilie Skerlinga. Als zodanig maakte Garrelsweer deel uit van de schepperij Loppersum in het Dorpsterzijlvest. Als kerkvoogden traden in 1513 de beide pachtboeren van de kloosterboerderijen te Nijenhuis en Muda op. Samen met de pastoor droegen zij het collatierecht van de kerk - verbonden aan de kerkboerderij Salbetsuma - over aan de edelman Johan Rengers van ten Post. Tot in de 19e eeuw hebben de nakomelingen van deze familie het recht bezeten om de predikant te benoemen.

Bron: Wikipedia.nl